Bonte Tapuit – Oenanthe pleschanka

De Bonte Tapuit is een zangvogel uit de familie der vliegenvangers. De Bonte Tapuit is een trekvogel die broedt in delen van Europa en Azië en overwintert in het oosten van Afrika. In Europa broedt de soort met name in de zwarte-aardegordel in het zuidoosten van het continent.

Ruigpootbuizerd – Buteo lagopus

De Ruigpootbuizerd is de Buizerd van het noorden, die leeft van Lemmingen en Woelmuizen. Een echte trekvogel die bij ons van Oktober tot April wordt gezien in open land. Hij is behoorlijk zeldzaam en pas op: Buizerds met kleur en tekening die lijken op die van de Ruigpoot zijn algemeen en worden vaak aangezien voor Ruigpootbuizerd.

Griel – Burhimus oedicnemus

De griel is een steltloper met een opvallend groot oog en een grijsbruin verenkleed dat bedekt is met dunne, donkere strepen. De vogels zijn echte nachtdieren die zich overdag tegen de grond drukken en dan nauwelijks zichtbaar zijn. Pas in de schemering wordt de vogel actief om te jagen op allerlei kleine dieren, waaronder ook reptielen en muizen.

Vroeger was de griel in Nederland een broedvogel die voorkwam op verschillende open terreinen zoals duinen en heidevelden. Door het verdwijnen van rustige, uitgestrekte broedgebieden is de griel tegenwoordig als broedvogel uit Nederland verdwenen. In Zuid-Europa komt de griel nog redelijk algemeen voor en vooral in het voorjaar komt de vogel als dwaalgast vanuit deze streken een enkele keer naar Nederland.

Tjiftjaf – Phylloscopus collybita

De tjiftjaf is een kleine, onopvallend geelgroen gekleurde vogel. Hij kan bijna overal gehoord worden: ‘tjif-tjaf-tjif-tjaf-tjif’. In het voorjaar en de vroege zomer althans, want tjiftjaffen zijn ondanks hun gewicht van enkele grammen trekvogels die in Noord-Afrika overwinteren. Tjiftjaffen zijn bosvogels die houden van een rijke ondergroei; veel struikgewas en lage bomen.

Vuurgoudhaan – Regulus ignicapilla

Vuurgoudhaantjes zijn in de broedtijd minder strikte naaldhoutbewoners dan Goudhaantjes. Ze nestelen zowel in sparrenbossen als groepjes of soms zelfs losse sparren temidden van loofbos. Lokaal (Zuid-Limburg) broeden ze zelfs in puur loofbos (met veel klimop). De soort vestigde zich vanaf 1928 in ons land, als onderdeel van een uitbreidingsgolf die grote delen van West-Europa betrof. Aantallen en verspreiding namen tot ongeveer 1975 sterk toe. Sindsdien breidde de soort zijn verspreiding nog iets uit, maar de aantallen groeiden niet navenant en namen in sommige kerngebieden zelfs af. De omvorming van sparrenbos in natuurlijker loofbos is waarschijnlijk ongunstig voor de soort, maar andere factoren spelen wellicht eveneens mee.

Buiten broedtijd

In de winter zijn Vuurgoudhaantjes in veel broedgebieden met een lampje te zoeken. Omgekeerd is de verspreiding dan veel ruimer in het westen van het land, waar weinig Vuurgoudhaantjes broeden. De soort is buiten de broedtijd in allerlei bossen te vinden, evenals in stadstuinen en boerenland. De meestal onopvallende doortrek vindt vooral tussen half september en half oktober plaats. De voorjaarstrek speelt zich grotendeels tussen eind maart en half april af, maar tot in mei worden vogels gezien op plekken waar ze niet broeden.

Goudhaan – Regulus regulus

De goudhaan is Europa’s kleinste vogeltje. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 cm! Het is een zangvogeltje dat vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden niet snel gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen; ‘zrie-zrie-zrie’. Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.

Sneeuwgors – Plectrophenax nivalis

Lopend over het strand vliegt er opeens een groepje vogels met wittige vleugels op, zo kom je sneeuwgorzen in Nederland vaak tegen. Sneeuwgorzen broeden in kale, rotsige gebieden in het noorden en komen naar Nederland toe om te overwinteren. Je vindt ze dan vooral aan de kust, foeragerend in een groepje op het strand of ander open terrein. Als ze vliegen vallen gelijk de witte vlekken op de vleugels op en weet je gelijk dat het sneeuwgorzen zijn.

Zwarte Zee Eend – Melanitta nigra

Patrijs – Perdix perdix

Roodkeelduiker – Gavia stellata (Leucistische)

Een Leucistische Roodkeelduiker heel apart om te zien.
In tegenstelling tot het Albinisme hebben dieren die Leucisme hebben nog wel iets van Melanine in hun genen, en dus geen rode ogen.
En naar wat schijnt zijn beesten met Leucisme agressiever tegenover soort genoten e.a. dieren.