Parelduiker – Gavia arctica

De parelduiker is veel zeldzamer dan de roodkeelduiker. Hij wordt vooral langstrekkend aan de kust gezien, soms ook in het binnenland. Parelduikers hebben in zomerkleed een fluweelachtige grijze kruin en achterhals, zwarte keel en een duidelijk patroon van witte blokken op de bovendelen. In winterkleed minder opvallend: heeft niet het ‘witte gezicht’ van de roodkeelduiker. Heeft vaak een opvallende witte vlek op de achterflank. Steil voorhoofd, met afgerond achterhoofd. Snavel horizontaal, bij roodkeelduiker iets omhooggehouden. Dikke hals en volle borst.

Notenkraker – Nucifraga caryocatactes

De Notenkraker is een Kraaiachtige met een bruin verenkleed met opvallende, witte stippen en een rechte, stevige snavel. De vlucht is onregelmatig, waarbij vooral de witte eindband aan de verder donkere staart opvalt.

Het voedsel van de Notenkraker bestaat voornamelijk uit noten en zaden van naaldbomen. Net als de aanverwante Gaai legt ook de Notenkraker een wintervoorraad aan.

Bonte Tapuit – Oenanthe pleschanka

De Bonte Tapuit is een zangvogel uit de familie der vliegenvangers. De Bonte Tapuit is een trekvogel die broedt in delen van Europa en Azië en overwintert in het oosten van Afrika. In Europa broedt de soort met name in de zwarte-aardegordel in het zuidoosten van het continent.

Ruigpootbuizerd – Buteo lagopus

De Ruigpootbuizerd is de Buizerd van het noorden, die leeft van Lemmingen en Woelmuizen. Een echte trekvogel die bij ons van Oktober tot April wordt gezien in open land. Hij is behoorlijk zeldzaam en pas op: Buizerds met kleur en tekening die lijken op die van de Ruigpoot zijn algemeen en worden vaak aangezien voor Ruigpootbuizerd.

Bladkoning – Phylloscopus inornatus (2.0)

De Bladkoning

Een vogeltje van 10cm wat amper stil zit en vrij lastig is om te zien, laat staan te fotograferen.

De Bladkoning is in Nederland alleen te horen en te zien tijdens de najaarstrek, eind September tot ongeveer half Oktober, en dan vrijwel alleen langs de Noordkust en onze eilanden.

Grote jager – Stercorarius skua

De grote jager is zo groot als een zilvermeeuw, maar is veel robuuster en heeft een krachtige vlucht. Bij ons een echte kustvogel, die vooral in de herfst bij stevige westen- en noordwestenwind wordt gezien. Een geweldenaar, die in staat is om grote, gezonde zeevogels aan te vallen en te doden.

Draaihals – Jynx torquilla

De Draaihals is met zijn bruine camouflagekleuren een heel ander soort specht dan de bekende grote bonte specht. In Nederland vooral als zeldzame doortrekker te zien. Hij nestelt in boomholten vooral in berken. Alleen tijdens de broedperiode zitten Draaihalzen vaak, zoals de andere spechten, tegen een boomstam; de rest van het jaar vooral op de grond. Draaihalzen foerageren op de grond in schrale pioniervegaties op zandgrond en leven van mieren. Ze overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Sporenkievit – Vanellus spinosus

De Sporenkievit is een vrij zeldzame broedvogel van het oosten van Europa. Hij komt vooral in Afrika en het MiddenOosten voor. Het is een opvallende zwart-witte vogel van open, meestal wat droge gebieden.

Zeearend – Haliaeetus albicilla (Juveniel)

Eind Juni begin Juli is er voor de 2de keer een jonge Harener (Groninger) Zeearend uitgevlogen.

Het blijft een machtige gewaarwording om zo’n beest boven je en langs je te zien vliegen.

Woudaap – Ixobrychus minutus

Woudapen zijn kleine moerasvogels die leven van visjes, amfibieën en insecten. Ze broeden in dichte rietkragen en ruigtes met wilgen en biezen, en zijn daarin moeilijk waar te nemen. Woudapen leiden een zeer verborgen leven. Een ontmoeting met een Woudaap is een zeldzame aangelegenheid. In vlucht is met name een mannetje Woudaap opvallend: een zwarte rug en vleugels met blonde lichtgele dekveren zijn zeer karakteristiek en verwarring met een andere soort dan ook vrijwel uitgesloten.