Rode Wouw – Milvus milvus

De Rode Wouw is één van de weinige vogelsoorten, die bijna alleen in Europa voorkomt. Door intensieve vervolging was hij sterk afgenomen en plaatselijk verdwenen. Beschermende maatregelen hebben hieraan een eind gemaakt; tegenwoordig komt de soort in onze buurlanden weer voor, zij het nergens talrijk. Het voedsel bestaat vooral uit aas; daarnaast worden prooien tot de grootte van een konijn gevangen.

Witkeelkwikstaart – Motacilla cinereocapilla

Al enige weken vertoeft de zeldzame Witkeelkwikstaart in de Zuidlaardermeerpolders.
Hij heeft meerdere malen gepaard met een vrouwtje Gele Kwikstaart.

Grauwe Kiekendief – Circus pygargus

De Grauwe Kiekendief is de kleinste en slankste van de vier in Nederland voorkomende Kiekendieven. Een zomervogel die pas in april en mei arriveert uit de overwinteringsgebieden in Afrika en alweer in augustus en september vertrekt. Zeldzame broedvogel van akkers – vooral in Groningen. Vroeger ook in duinen, hoogveen, heide en moerassen. Door intensieve bescherming behouden als Nederlandse broedvogel.

Koningseider – Somateria spectabilis (Man)

De Koningseider broedt in het hoge noorden, van Canada tot in Siberie. In de winter zakt hij naar het zuiden en is soms te zien tussen de gewone Eidereenden. Het mannetje is goed te herkennen aan de mooie oranje snavelbasis.

In 2014 mocht ik samen met m’n vader het Vrouwtje al aanschouwen in de NIOZ haven op Texel…..maar het Mannetje is toch vele malen mooier.

Koningsdag 2018 heb ik dit mooie volwassen mannetje in zomerleed mogen fotograferen op Texel.

Kluut – Recurvirostra avosetta

De Kluut is uniek door zijn opvallende zwart-witte verenkleed, lange poten en zijn opgewipte snavel. Hiermee zeeft hij door het slik om kleine slakjes, wormpjes en garnaaltjes te vinden. Broedt in kolonies, vooral in zoute gebieden aan de kust, maar ook in het binnenland. Als hij kuikens heeft suggereert een Kluut dat hij gewond is. Hij laat dan een vleugel hangen om de aandacht van de belager af te leiden.

Drieteenstrandloper – Calidris alba

De Drieteenstrandloper is vooral bekend van het strand, waar ze in groepjes voedsel zoeken en snel wegrennen voor de aanrollende golven. Hij is uniek onder de strandlopers omdat hij de achterteen mist. In de winter is hij overwegend wit, wat hem de wetenschappelijke naam “Calidris alba” heeft opgeleverd.

Grutto – Limosa limosa

De Grutto is een oer-Hollandse weidevogel. Nog wel. Want de natuurwaarden van het agrarisch land staan zwaar onder druk. Waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur, daar gedijt de Grutto. Zo is hij de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Nergens in Europa broeden zoveel Grutto’s als in Nederland. In 2016 is de Grutto uitgekozen door het Nederlandse publiek tot nationale vogel.

Veldleeuwerik – Alauda arvensis

De uitbundig klinkende zang van de veldleeuwerik kan op mooie dagen in het voorjaar van grote hoogte gehoord worden. De mannetjes maken spectaculaire zangvluchten. Eerst klimmen ze tot een hoogte van soms meer dan honderd meter, waarna ze luid zingend omlaag vleigen om in de buurt bij het vrouwtje te landen.
Helaas gaat het zeer slecht met de veldleeuwerik. Sinds 1960 namen de aantallen met 95% af. Daarmee is deze soort een van de grootste slachtoffers van de intensieve landbouw en verruiging van de duinen.

Blauwborst – Luscinia svecica

De Blauwborst is door zijn kleuren en een uitbundige zang een opvallende verschijning in de Nederlandse vogelwereld. Blauwborsten hebben de afgelopen decennia in Nederland een flinke opmars heeft gemaakt. Dit komt doordat er meer geschikt leefgebied is bijgekomen. Het is een van de weinige soorten die van de Rode Lijst is geschrapt, omdat het zo goed gaat.

Grote Kruisbek – Loxia pytyopsittacus

De Grote Kruisbek is in Nederland een erg zeldzame gast die heel af en toe tot broeden komt. Het kleinere broertje, de Kruisbek is algemener in ons land. De Grote Kruisbek heeft een dikkere nek dan de gewone Kruisbek, en de ondersnavel komt niet boven de bovensnavel uit. In sommige jaren komen er vanuit het hoge noorden invasies van Grote Kruisbekken, die hun normale broedgebied ontvluchten uit gebrek aan voedsel. Als deze dan in de winter blijven hangen. kunnen ze het jaar daarop tot broeden komen.